FCI Standaard

 

 

Rasstandaard Portugese Waterhond

 

 

De Portugese Waterhond is een hond die vroeger aan de Portugese kust veel werd gebruikt aan boord van vissersboten. Door zijn uitstekende zwem- en duikkwaliteiten waren deze honden naast compagnon ook manusje van alles aan boord.  

Ras

De Portugese Waterhond is een goed geportioneerde stoere en gespierde middelgrote hond. Hij heeft een diepe borst met lange en goed gewelfde ribben, brede schoft en korte stevige rug, krachtige gespierde dijen en een elegante buiklijn. De voeten zijn rond en tamelijk plat en de tenen hebben goed met haar bedekte zwemvliezen.

De Portugese Waterhond heeft geen ondervacht. De beharing is wavy of curly en wordt geknipt in de lion-clip (geschoren achterhand) of de retriever-clip (gelijkmatig geschoren).
De toegestane kleuren zijn zwart, wit en verschillende tinten bruin, eveneens combinaties van zwart of bruin met wit.
De schofthoogte van reuen ligt tussen 50 – 57 cm met een gewicht tussen 19 - 25 kilo. De schofthoogte van teven ligt tussen 43 - 47cm met een gewicht tussen 16-22 kilo. De gemiddelde levensverwachting ligt tussen de 10 - 14 jaar.

 

 

Karakter

De Portugese waterhond heeft een grote territoriumdrift, wat inhoudt dat hij waaks en verdedigend is. Om deze neiging tot agressie in de hand te houden is het nodig dat hij streng en consequent wordt opgevoed als pup. Het is een hond die duidelijk moet weten wie de baas is. Mede daarom is het essentieel dat al in het nest wordt begonnen met de socialisatie. Rond 2 tot 3 jaar wordt de hond qua karakter meer stabiel.

De Portugese Waterhond heeft veel beweging nodig en wil graag werken voor zijn baas. Voor hondensporten als behendigheid of gehoorzaamheid is hij zeer geschikt, maar wel met beleid en geduld bijbrengen. Allerlei vormen van waterwerk zijn aan hem goed besteed. Voor zijn “eigen” mensen is het een heerlijke huishond, die graag vertroeteld wil worden.

 

Verzorging 

Voor de Portugese Waterhond geldt dat hij ook hij geschikt is voor mensen die allergisch zijn voor hondenharen, omdat de vacht niet verhaart. De vacht heeft wel onderhoud nodig, omdat deze de neiging heeft te gaan klitten. Regelmatig borstelen (zeker eens per 2 weken) is dan ook een “must”. Om de hond in model te houden van jouw voorkeur zal hij zo'n 4 keer per jaar naar de trimmer moeten voor een knipbeurt. Gemiddeld eens in de drie tot vier maanden moet hij worden ingekort. Dit kan bij de trimmer, maar je kunt natuurlijk ook leren hoe je dit moet doen zodat je zelf jouw Portugese Waterhond kan trimmen.

 

FCI informatie

FCI groep 8: Retrievers, Spaniels en Waterhonden



F.C.I. - STANDAARD NO 251 / 07-08-1998
Polski Owczarek Nizinny

Vertaling: Mevrouw M.C. Rompelman

OORSPRONG
Polen

GEBRUIK
Gemakkelijk in de omgang, werkt als herdershond en waakhond.
Overgeplaatst naar het leven in de stad is hij een zeer goede gezelschapshond.

INDELING
Groep I:
Herdershonden en veedrijvers
Sectie 1: Herdershond
Zonder werkproef.

ALGEMEEN VOORKOMEN
De Poolse herder van de laagvlakte is een middelgrote hond, gedrongen, sterk, gespierd met een lange en dichte vacht.
Zijn goed verzorgde vacht geeft hem een aantrekkelijk en interessant uiterlijk

Belangrijke verhoudingen:
De schouderhoogte verhoudt zich tot de lichaamslengte als 9 : 10.
De lengte van de schedel en die van de snuit staat tot elkaar als 1 : 1; de snuit mag evenwel iets korter zijn.

GEDRAG EN KARAKTER
Levendig maar beheerst, is hij waakzaam, oplettend, intelligent, goed van begrip en begiftigd met een goed geheugen. Hij is bestand tegen ongunstige weersomstandigheden.

HOOFD
Middelmatig van grootte, in verhouding, niet te grof. Het uitstaande haar op het voorhoofd, wangen en kin doet het hoofd zwaarder lijken dan het in werkelijkheid is

SCHEDEL
Middelmatig breed, licht gewelfd. De voorhoofdgroef en achterhoofd-huidsknobbel zijn voelbaar.

Stop: Duidelijk aangegeven

Neus:
Zo donker mogelijk met betrekking tot de kleur van de vacht, neusgaten wijd open.

Snuit:
Krachtig, stomp; de neusrug is recht.

Lippen:
Goed aangesloten, de randen dezelfde kleur als de neus.

Kaken / tanden:
Sterke kaken, sterke tanden, scharend of tang.

Ogen:
Middelgroot, ovaal, niet uitpuilend, hazelnootkleurig, met een levendige en doordringende blik.
De randen van de oogleden zijn donker.

Oren:
Hangend, tamelijk hoog aangezet, middelmatig van grootte, hartvormig, breed aan de basis; de voorste rand ligt tegen de wang; oplettende oren.

HALS
Middelmatig lang, sterk, gespierd, zonder keelhuid, eerder horizontaal gedragen.

LICHAAM
Silhouet:
Eerder rechthoekig dan vierkant.
Schoft:
Duidelijk waarneembaar.
Rug:
Vlak, sterk bespierd.
Lendenen:
Breed, stevig
Croupe:
Kort, licht aflopend.
Borst:
Diep, matig breed, de ribben voldoende gewelfd, niet vlak of rond.
Buik:
Vertoont een elegante welving naar achteren.

STAART
Bij de geboorte kort of halflang; zeer kort gecoupeerde staart.
Niet gecoupeerde staart vrij lang en overvloedig voorzien van haren. In rust hangt de staart naar beneden.
Is de hond levendig, dan wordt de staart vrolijk boven de rug gedragen, maar is nooit sterk gekruld of op de rug rustend.
Staart van gemiddelde lengte die niet is ingekort op verschillende manieren gedragen.

LEDEMATEN
Voorste ledematen: van voren en in profiel gezien vertikaal en recht. Evenwichtige stand dankzij een sterk skelet.
Schouders:
breed, matig lang, schuin, goed aangesloten, krachtig bespierd

VOETEN
Middenvoeten:
iets schuin ten opzichte van de onderarm.
Voorvoeten:
ovaal, tenen goed gesloten en licht gebogen, voetkussentjes flink hard. Nagels kort en zo donker mogelijk van kleur.

ACHTERSTE LEDEMATEN
van achteren gezien vertikaal, goed gehoekt.
Dijen:
breed, goed bespierd.
Spronggewricht:
duidelijk waarneembaar.
Achtervoeten:
compact, ovaal van vorm.

GANGWERK
Soepel en uitgrijpend. Stap of draf vlak (zonder de voeten veel op te heffen). De hond gaat vaak in telgang.

HUID
Strak aanliggend, zonder een enkele plooi.

VACHT
Heel het lichaam is bedekt met een droge dichte vacht, dik en overvloedig; de ondervacht is zacht. Zowel recht als licht golvend haar is acceptabel. De haren die van het voorhoofd naar beneden vallen bedekken de ogen op een karakteristieke manier.
De kleur:
Alle kleuren en aftekeningen zijn toegestaan.

GROOTTE
Schofthoogte:
Reuen: 45 – 50 cm.
Teven: 42 – 47 cm.

De hond moet het type van een werkhond behouden en mag daarom ook niet onder de minimummaat van de standaard komen. Hij mag niet te teer zijn of te fijn gebouwd.


FOUTEN
Alles wat afwijkt van het voorgaande moet als een fout beschouwd worden die bestraft zal worden naar mate de ernst van de afwijking.

N.B.
De reuen moeten twee testikels hebben die normaal ontwikkeld zijn en volledig in het scrotum ingedaald.